God heeft ons leefregels gegeven. Niet om streng te zijn, maar om ons te leren hoe we kunnen leven zoals Hij het bedoeld heeft, in liefde voor Hem en voor elkaar.
Meestal worden in de Rehobothkerk de tien geboden gelezen, maar er zijn ook andere stukken in de Bijbel, die leefregels geven, en ook die kunnen een plaats krijgen in de kerkdienst.

De tien geboden kun je vinden in de Bijbel. Ze staan er twee keer in: inĀ Exodus 20 en Deuteronomium 5. Wij noemen ze ook wel de Wet des Heren. God heeft zich bekend gemaakt met de woorden: genade en vrede. Nu maakt Hij in de wet bekend wat zijn wil is, wat hij van ons vraagt. De wet heeft verschillende bedoelingen:

  • Allereerst is de wet de wil van God. Zoals in de wet staat, wil Hij dat wij leven. Zo wil Hij dat wij omgaan met Hem met elkaar,en met onszelf. Als we zo leven, leven we tot eer van Hem. Dan wordt in onze daden duidelijk dat God goed is, en dat Hij Koning is over ons leven.
  • Ten tweede stelt de wet de gemeente schuldig. Door het lezen van de wil van God beseffen we, dat we niet leven zoals God dat wil. Ons leven is een zondig leven. De wet zegt dan: Jullie zijn schuldig, en hebben vergeving nodig.
  • Vrijheid. Vervolgens zou je kunnen zeggen dat de wet een soort gebruiksaanwijzing is voor een leven, zoals God het bedoeld heeft. Als iedereen zou leven volgens die wet, wat prachtig zou het dan zijn hier op aarde! We zouden dan allemaal vrij zijn, namelijk vrij van de zonde. Maar we kunnen ons uit onszelf niet aan die wet houden. Veel mensen worden daar wel moedeloos van. Ze hopen op de nieuwe Hemel en de nieuwe aarde, waar alle zonde en verdriet voorbij zal zijn.
  • Om dat laatste is de wet ook een belofte. Er staat bijvoorbeeld niet: “Je mag niet doden.” Maar er staat: “Je zult niet doden.” Je kunt zo’n zinnetje lezen als een opdracht, maar ook als een belofte: er zal een tijd komen, dat ik geen verdriet meer hoef te hebben over mijn zonden, want God zal ze wegdoen. Hij zal ze gooien in de diepste zee.