Oorlogsgeweld
(stukje
uit "En toch niet verteerd" n.a.v. het 90-jarig bestaan)
Dinsdag 14
mei werd een verschrikkelijk en beslissende dag.
De tweede
stad van ons land, de grote havenstad Rotterdam, werd gebombardeerd na een
ultimatum om zo Nederland te dwingen tot capitulatie. De gevolgen waren
verschrikkelijk. Het kerkgebouw aan de Jonker Fransstraat waar ds. P. de Groot
zestien jaar predikant was geweest en waar ds. S. van der Molen sinds 1930 de
gemeente diende - in 1931 was in dit kerkgebouw de generale synode gehouden -
werd met verschillende andere kerkgebouwen in deze stad vernield. Dat was een
zware slag voor deze gemeente.
Rotterdam-Centrum
had ook het archief van de generale synode in beheer als archiefbewarende kerk.
Ook dit archief - naast het archief van de plaatselijke kerk dat geheel verkoold
is - geborgen in stalen kisten, en geplaatst in de kluis, is door de grote hitte
zodanig verschroeid dat onherstelbare schade is aangebracht. De kluis was aan
drie zijden van steen opgetrokken en aan de voorzijde een geheel afgesloten
ijzeren deur. Door de langdurige hitte is deze deur aan de bovenkant gaan
wijken, waardoor vuur naar binnen is kunnen komen. Het archief van de kerk van
Rotterdam was toen een voedzame bodem voor het vuur en dit was mede oorzaak van
verlies van het synodaal archief. Binnen enkele uren werd verwoest wat met
opoffering van veel tijd vanaf 1982 was geordend en geïndexeerd. Slechts wat
geborgen was in de brandkast, welke in de kluis was geplaatst, was niet
onherstelbaar beschadigd.
Op zondag 19
mei kwam de Rotterdamse gemeente samen in de Bergsingelkerk (gereformeerd). De
pastor preekte over het woord uit Psalm 52: 3: "Gods goedertierenheid duurt
toch de ganse dag." De preek werd in druk uitgegeven. Op bewogen wijze werd
een tekening gegeven van de gebeurtenissen. "Met trillende stem zeggen we
Jesaja na: ons heilig en ons heerlijk huis, waarin onze vaders U loofden, is met
vuur verbrand en al onze gewenschte dingen zijn tot woestheid geworden. "
Levendig werd het gebeuren weergegeven: "De bommen regenden gierend neer,
om dra donderend uiteen te springen, vernieling brengend alom. Als
kaartenhuisjes stortten machtige gebouwen ineen, waarvan wij dachten dat ze de
eeuwen zouden verduren. De gewonden kreunden en riepen met heesche stem om hulp;
de ingeslotenen gilden; de vlammen loeiden, aangeblazen nog als door Gods eigen
mond, den fellen wind." "Daar is op de portalen, in de kelders, op de
straten gekermd; de handen waren met saamgeklemde vingers opgeheven; de nood
omringde u als nooit tevoren. 't Was meer dan bang, niemand vergeet het
ooit."
Intens is met
de getroffen gemeente meegeleefd. In Rotterdam werd een comité opgericht met
het doel de eerste en ergste nood te lenigen. "Zeer velen verloren hun
zaak, hun betrekking, hun geld." Een ingezonden stuk van dit comité in ons
kerkelijk orgaan, ondersteund door generale deputaten - voor correspondentie met
de Hoge overheid - vond veel weerklank.
Wekenlang
deed dit comité verantwoording van ontvangen giften en goederen. De gemeenschap
der heiligen bleek meer dan een woord te zijn. Maar het was de kerk van
Rotterdam-Centrum alleen niet die haar kerkgebouw verloor.
Deputaten
Evacuatie- en oorlogsschade rapporteerden aan de synode van 1947: Door
oorlogsgeweld hebben de gemeenten Arnhem, Enschede, Klundert, Poederooyen en
Rotterdam-Centrum de slagen in letterlijk zin ontvangen. De kerkgebouwen van
Arnhem, Enschede en Klundert werden ook geheel verwoest. In Enschede werd het
kerkgebouw in november 1943 bij een hevige luchtaanval totaal vernietigd. In
Arnhem was dat het geval in 1944 in de spannende septemberdagen. In 1943 had ds.
Van der Molen Rotterdam verwisseld voor Arnhem. Na de enerverende jaren in de
Maasstad wachtte hem in de hoofdstad van Gelderland opnieuw een moeilijke
periode. De gemeente moest worden geëvacueerd. Ds. Van der Molen heeft wel op
heel bijzondere wijze de lasten van de oorlog gedragen. Twee keer van heel nabij
de oorlogsellende meegemaakt en twee keer het kerkgebouw dat je lief is in
vlammen zien opgaan! Ondanks al deze beproevingen die intens beleefd werden is
deze predikant nog lang in leven gebleven. Gods goedertierenheid duurt toch de
ganse dag!
Niet minder
dan 23 andere kerken hebben schade geleden o.a. Baarn, Dordrecht,
Lisse, Nijmegen, Vlissingen en IJmuiden om alleen die kerken maar te noemen wier
schade het grootst was. Na de oorlog is veel schade vergoed. Arnhem en Klundert
kregen een noodkerk. Rotterdam-Centrum en Enschede kregen nieuwe kerken, de
laatste gemeente bouwde zelfs twee kerken: de Renata- en de Maranathakerk.
naar
vorig artikel
terug
naar overzicht
naar volgend artikel
naar
boven |